Post-posteleintrauma

Door Felia Boerwinkel

 

Mijn moeder had vroeger haar postelein-periodes. Iedereen kent dat wel: een bepaald ingrediënt of gerecht dat je net even wat vaker kreeg voorgeschoteld. Met ouders die consequent weigerden ‘kindervoedsel’ te koken, leidde dat bij ons nogal eens tot een dosis drama aan tafel. Spinazie was ook zo’n ingrediënt, net als gekookte wortels, bietjes… Maar vooral postelein. Hoe kón m’n moeder ons zoiets vies voorschotelen.

Gelukkig groeien we over het merendeel van onze eettrauma’s heen. Spinazie eet ik nu heel vaak, bietjes herontdekte ik jaren terug in Australië, waar ze het veelal als broodbeleg gebruiken (en nou ben ik toevallig dól op broodjes-met-vanalles), wortels zijn altijd welkom op mijn bord, en postelein… tja, dat heb ik sindsdien gewoon nooit meer gegeten. Zou ik het nu lekker vinden?

De seizoensgroente van deze maand belandt niet geheel toevallig nooit op m’n bord. Postelein wordt ook wel ‘de vergeten groente’ genoemd. Ik krijg bijna medelijden met het plantje.

Nader onderzoek naar deze groente plant een zaadje van spijt in me, want postelein blijkt een bejubeld superfood te zijn (geen idee wanneer iets gekwalificeerd kan worden als superfood overigens, en ‘gezond’ is altijd relatief… maargoed, postelein is gewoon erg gezond, laat ik dat even zeggen). Dit mooie plantje gaat, net als het immens populaire rucola, in het alledaagse als onkruid door het leven. Google leert me dat postelein van de bladgroenten de hoogste dosis omega 3-vetzuren bevat en aldus een goed alternatief is voor vette vis. Verder bevat het meer ijzer dan spinazie en een reeks aan mineralen en vitamines. Bij kwalen als verstopping, ontsteking van de urinewegen, brandend maagzuur of gewoon koorts, zou het ook kunnen helpen. Maar dat zegt Wikipedia, daar wil ik liever mijn vingers niet aan branden. Postelein (‘purslane’ in het Engels) kan gekookt worden, gestoomd, gebakken, gewokt of rauw gegeten.

De postelein van mijn moeder kwam altijd uit een pannetje; ik denk niet dat ik met dit type recepten moet beginnen. Laten we dus, het stijgende kwik in ogenschouw genomen, een recept uitlichten waar de postelein rauw gegeten wordt. En laat ik jullie dan ook bekennen: het is écht vurrukuluk.

 

Koude aardappel-postelein salade

We moeten af van onze angsten voor koude aardappelsalades. Goed bereid, is dit één van de lekkerste zomerse bijgerechten. Ik vond onderstaand recept op een blog van een Hawaiibewoner, die graag ‘tijd spendeert op het strand en in de keuken’. Hawaii-mindset aan dus.

Kook zes ongeschilde rode aardappelen (Roseval, bijvoorbeeld), tot ze net gaar zijn. Spoel ze af en laat ze afkoelen in koud water. Snijd ze daarna in stukjes, met behoud van de schil. Snijd vervolgens vier strengen lente-ui en 500 gram porseleinblaadjes in stukken. Gooi het bij de aardappelen. Gooi er vervolgens een hand kappertjes bij, naar smaak. Voor de dressing meng je de volgende ingrediënten: een goede scheut goede olijfolie (ongeveer acht eetlepels), twee eetlepels citroensap, twee eetlepels rode wijnazijn, een geplette knoflookteen, een theelepel Franse mosterd, een halve theelepel dragon (heel belangrijk! Dit is ontzettend lekker in een koude aardappelsalade.), zout en peper naar smaak. Kijk hoeveel dressing je nodig hebt om de salade goed te doordringen. Het is het lekkerst als je alles een paar uur laat intrekken in de koelkast. Voor het opdienen kan je er eventueel nog wat dressing bij gieten.

Eet smakelijk!

 

Rights reserved by Mosaica / flickr.com